Slalom

Blootvoetskiërs maken geen gebruik van een slalombaan. Zij kruisen de hekgolven achter de boot aan een bootsnelheid die zij zelf mogen bepalen. Deze is afhankelijk van het gewicht, de techniek en de houding van de skiër. Voor de dames ligt deze tussen 55 en 65 km/h, terwijl de mannen blootvoeten aan een snelheid tussen 63 en 74 km/h. Uiteraard mag een skiër een hogere snelheid vragen indien de boot die kan leveren. Een wedstrijdboot moet minimum een snelheid van 72 km/h kunnen behalen (met 4 personen in de boot en een zware skiër).

De skiër moet zoveel mogelijk hekgolfkruisingen maken in twee maal vijftien seconden. Dit kan voorwaarts, achterwaarts, op twee voeten of op één voet.

Wanneer hij de hekgolf kruist op twee voeten, scoort hij een half punt. Een één-voet kruising breng een volledig punt op. Verder kan hij ook kiezen tussen twee voorwaartse, twee achterwaartse of een voorwaartse en een achterwaartse doortocht. Deze laatste brengt hem de volledige puntenscore op. Indien hij echter de twee doortochten op dezelfde manier uitvoert krijgt hij voor de slechtste doorgang slechts 25% van de punten.