Wat is klassiek skiën?

Zowel slalommen, figuren als schansspringen vallen onder de discipline klassiek skiën of in het Engels Tournament (TOU). Dit is omdat deze takken reeds het langst competitief bestaan.

In het klassiek skiën kunnen we verschillende leeftijdscategorieën onderscheiden:

Deze leeftijdscategorieën worden opgesteld volgens de leeftijd van de deelnemers op 31 december van het voorgaande jaar.

Slalom

We spreken pas over slalom vanaf het moment dat de skiër gaat leren om wijd te skiën en zo de boei te kunnen ronden.

images/discipline-klassiek/tou-25a.jpg

Een slalompiste bestaat uit 6 boeien, een in- en uitgangspoort en een botenkanaal. De boot vaart aan een constante snelheid door het botenkanaal terwijl de skiër door de ingangspoort skiet om vervolgens de 6 boeien te ronden, waarna hij door de uitgangspoort gaat.

images/discipline-klassiek/tou-27.jpg

Heeft de skiër deze opdracht met succes volbracht, dan zal de snelheid met 3 km/u verhogen tot aan de maximum snelheid van 55 km/u voor de vrouwen en 58 km/u voor de mannen.

Eens de skiër deze maximum snelheid heeft bereikt, zal het touw ingekort worden. van 18,25 meter naar 16,00 – 14,25 – 13,00 – 12,00 – 11,25 – 10,75 – 10,25 om tenslotte aan een koord van 9,75 meter te skiën. En dit tot er een boei gemist wordt of tot de skiër valt.


Hoe lees ik nu de punten?

Indien er staat 2.50/58/16.00 wil dit zeggen:

Figuren

Bij het figuren worden er in twee runs van twintig seconden allerlei gracieuze oefeningen, zoals halve en hele draaien, over de treklijn stappen, salto’s of flip’s, met de voet aan de lijn skiën, enz., uitgevoerd. Elke figuur heeft een puntenwaarde naargelang de moeilijkheidsgraad.

Voor dit onderdeel heeft men geen baan nodig. Er liggen hoogstens een paar boeien die aangeven waar de skiër aan zijn parcours mag beginnen. Ook de snelheid van de boot wordt niet reglementair vastgelegd. Deze ligt meestal tussen vijfentwintig en vijfendertig kilometer per uur en is afhankelijk van het gewicht en techniek van de skiër.

Springen

Het spectaculairste onderdeel van het klassiek skiën is het schansspringen. Men moet bij dit onderdeel zo snel mogelijk over de schans skiën, met een zo goed mogelijke hoek en een juiste aerodynamische houding om zover mogelijk achter de schans te landen. En dit zonder te vallen.

Leren springen is leren vliegen, zij het dan telkens voor een korte tijd. Hoe meer techniek de skiër ontwikkelt, hoe langer hij in de lucht kan blijven.

images/discipline-klassiek/tou-28.jpg

Combinatie

De ‘combinatie’ of ‘overall’ is geen aparte discipline. Het is de optelling van de combinatiepunten behaald in de drie onderdelen en het geeft de meest complete skiër aan.