Wat is kabelskiën?

De kabelbaan is te vergelijken met een sleeplift in het sneeuwskiën waarbij skiërs over het water worden getrokken.

Er zijn twee types van kabelbanen:

Vergeleken met het skiën achter de boot, heeft het skiën aan de kabel zowel voordelen als nadelen. Eerst en vooral moeten de skiërs niet meer beschikken over een eigen boot, wat de instapdrempel in de waterskisport verlaagt. Men kan aan de ‘full size’ kabelbaan ook met meerdere skiërs tegelijk op het water. Aan deze kabelbaan kunnen naargelang de lengte van de kabel acht à tien skiërs actief bezig zijn. Met het terugzwemmen na een val, een korte rustpauze, een instructiemoment, enz. kunnen tegelijk gemakkelijk 20 à 25 deelnemers actief bezig zijn. Dit maakt dat de ‘full size’ kabelbaan een ideale gelegenheid is om met grotere groepen te waterskiën, zoals schoolsportdagen, bedrijfsfeestjes, jongerenkampen, enz.

Aan een kabelbaan kan men ook langer waterskiën. Het minimum is een ticket voor een uurtje, maar meer ervaren skiërs gaan gemakkelijk twee uren of zelfs een dagkaart kopen. Wie gebeten is door de microbe en frequent wil waterskiën, is aan de kabelbaan goedkoper af dan met een boot.

Een ander groot verschil tussen het skiën achter de boot en aan de kabelbaan is de vorm van begeleiding. Als men valt achter de boot is de piloot zo bij de skiër en kan de trainer aanwijzingen geven. Het is voor de hand liggend dat de trainer aan de ‘full size’ kabelbaan niet steeds bij zijn leerling kan blijven om hem te helpen of aan te moedigen. Vanaf het moment dat de skiër het startponton heeft verlaten is hij op zichzelf aangewezen. Dat maakt dat een lesgever eerst in groep aan iedereen de algemene instructies zal geven. Nadien is het zijn taak om de skiërs toch in het oog te houden, zodat deze een instructie kunnen krijgen wanneer ze terug op het startponton zijn aangekomen. Dat maakt dat de lesgever vele deelnemers tegelijk in het oog moet houden. Voor groepen beginners en trainingsgroepen zijn er bij voorkeur dan ook twee lesgevers actief. Aan een 2.0 kabelbaan is individuele begeleiding wel mogelijk. Hier skiet men immers alleen aan de kabel en kan de trainers net als achter de boot aanwijzingen geven.

Een laatste belangrijke verschil is het ecologische aspect. De kabelbaan is veel energiezuiniger en is compleet geluidloos. Ondanks de sterke evolutie inzake de milieubelasting van de boten, staan deze toch onder enorme druk. Het is bijvoorbeeld enorm moeilijk om nieuwe watervlakken te vinden voor een waterskiclub met boten. Terwijl de gemeentes met plezier een kabelbaan ontvangen als sportieve, recreatieve en toeristische trekpleister.

Zowel het klassiek skiën als het wakeboarden worden met hun onderliggende disciplines recreatief en competitief uitgevoerd aan de kabelbaan. De twee grote verschillen met het skiën achter een boot is dat de skiër geen hekgolf heeft, en dat de lijn van bovenaf komt in plaats van horizontaal zoals bij een boot. Dit kan zowel in het voordeel als in het nadeel zijn van de skiër.

Bij het figuren kunnen de skiërs geen gebruik maken van de hekgolf, maar komt de lijn van boven waardoor ze zich soms nog kunnen rechthouden wanneer ze bijna vallen. Oefeningen waarbij de skiër over het touw moet stappen zijn dan weer moeilijker. De lengte van het touw wordt dus heel belangrijk bij figuren om gemakkelijker in de lucht te geraken.

Ski technisch is het verschil tussen boot en kabel het grootst in de discipline slalom. Daarnaast is ook het wedstrijdverloop volledig anders. Terwijl een slalommer achter de boot zijn volledige parcours afrond tot hij een boei mist of valt, zal de slalommer aan de kabel pist per pist skiën. En dit tot een val of het missen van een boei. Zo wordt slalom aan de kabel een echte afvalrace.

De sprong over de schans van een kabelskiër is over het algemeen minder ver dan bij een klassiek skiër (toch springen topskiërs aan de kabel bijna even ver als achter de boot). Dit komt omdat de kabel niet accelereert in de vluchtfase. Omdat de trekkracht van bovenaf komt, wordt de landing dan weer gemakkelijker.