Wat is blootvoet waterski?

De waaghalzen onder de waterskiërs laten de latten achterwege. Ze gaan op hun blote voeten tegen hoge snelheden slalommen, figuren en zelfs schansspringen. Hoe sneller de boot vaart, hoe kleiner het draagvak op het water dient te zijn. Wanneer de boot zeer snel gaat (blootvoetwaterskiërs behalen snelheden tot meer dan 70 kilometer per uur – in een wedstrijd is de maximum (enkel bij het springen) snelheid 72 km per uur) heeft de skiër zelfs geen ski’s meer nodig om op het water te kunnen blijven rechtstaan.

images/discipline-blootvoet/bar-21.jpg

Slalom

Blootvoetskiërs maken geen gebruik van een slalombaan. Zij kruisen de hekgolven achter de boot aan een bootsnelheid die zij zelf mogen bepalen. De skiër moet zoveel mogelijk hekgolfkruisingen maken in twee maal vijftien seconden. Dit kan voorwaarts, achterwaarts, op twee voeten of op één voet.

Wanneer hij de hekgolf kruist op twee voeten, scoort hij een half punt. Een één-voet kruising breng een volledig punt op. Verder kan hij ook kiezen tussen twee voorwaartse, twee achterwaartse of een voorwaartse en een achterwaartse doortocht. Deze laatste brengt hem de volledige puntenscore op. Indien hij echter de twee doortochten op dezelfde manier uitvoert krijgt hij voor de slechtste doorgang slechts 25% van de punten.

Figuren

Ook bij het figuren heeft de skiër twee doortochten van telkens vijftien seconden. Evenals bij het klassiek skiën mag de bootsnelheid vrij gekozen worden en moet de skiër zoveel mogelijk figuren uitvoeren. Deze figuren lijken helemaal niet op elkaar. De meest uitgevoerde figuur is de ‘tumbleturn’, waarbij de skiër liggend op zijn rug halve draaien naar links of naar rechts maakt. Verder komen ook de voet-aan-de-lijn, de meervoudige draaibewegingen en zelfs de salto aan bod. Hoe moeilijker de figuur, hoe meer punten men hiervoor krijgt.

images/discipline-blootvoet/bar-17.jpg

Springen

Bij het schansspringen kan de skiër een vrije snelheid kiezen tot maximum 70 kilometer per uur. Hij heeft recht op drie sprongen over een schans van 45,5 cm hoogte en 210 cm lengte. De verste sprong geeft het eindresultaat weer.

De techniek voor het schansspringen bij het blootvoeten is volledig anders dan bij het klassiek skiën. De blootvoeter springt ‘inverted’. Dit wil zeggen dat hij door de lucht vliegt met zijn hoofd naar voor. Juist voor het landen brengt hij zijn benen naar voor. Op het Belgisch Kampioenschap behalen deze sporters afstanden tot 24 meter.

images/discipline-blootvoet/bar-23.jpg