Rescue en vlaggen

Aan de start wordt de groene vlag gebruikt als prestart en identificatievlag, de Nationale vlag mag gebruikt worden als startvlag.

Om de veiligheid van de racers te garanderen zijn er steeds rescue boten aanwezig tijdens de wedstrijd. Deze zijn te herkennen aan de groene vlag.

De juryleden en de veiligheids- boten zullen de gele vlag opsteken als een skiër gevallen is, als een skiër in het water ligt of in gelijk welk geval van hindernis nadat de nationale vlag de koers gestart heeft.

Wanneer een skiër gevallen is moet de co-piloot de oranje vlag opsteken om andere piloten te waarschuwen.

Wanneer medische hulp vereist is, zal hij een blauw/witte vlag opsteken. De vlag moet half wit half blauw zijn met een diagonale scheiding. Alle boten moeten deze medische vlaggen aan boord hebben.

De juryleden en veiligheidsboten zullen de rode vlag opsteken om de koers te doen stoppen. Als de rode vlag wordt opgestoken op het einde van de wedstrijd wil dit zeggen “ga terug naar de pit plaats”. Ze kan ook worden gebruikt om een uitstel of onderbreking van de startprocedure aan te kondigen.

De zwarte vlag wordt gebruikt om een deelnemer het teken te doen dat hij gediskwalificeerd is en dat hij zich moet terugtrekken uit de wedstrijd. Deze vlag gaat steeds gepaard met het nummer van het team.

De blauwe vlag wordt gebruikt om alle deelnemers te laten weten dat de leider aan zijn laatste ronde is begonnen.

De damvlag geeft het einde van de koers weer.


Elke juryboot moet steeds ter identificatie een groene vlag tonen en moet een gele, rode en zwarte vlag aan boord hebben. De rode en zwarte vlaggen mogen slechts gebruikt worden, nadat hiertoe door de juryvoorzitter rechtstreeks opdracht is gegeven.