Hoe ga je te werk?

De oefeningen zijn gericht naar jongeren tussen 12 en 18 jaar, maar ook volwassenen kunnen deze oefeningen uitvoeren en mee genieten van het programma.

Je start met de oefeningen van niveau 1. Maar van zodra een volledige training te gemakkelijk wordt, kan je overstappen naar een volgend niveau.

De lesfiches zijn opgesteld per materiaal en verdeeld in vijf verschillende onderdelen met steeds twee oefeningen:

Je kan de lesfiches ook met elkaar combineren om telkens nieuwe gevarieerde trainingen te bekomen. Meer hierover kan je terugvinden in "aantrekkelijk materiaal".


Get fit 2 ski als aanvulling op een training

De trainingen van Get fit 2 ski (zoals uitgewerkt per lesfiche), zijn ideaal als aanvulling op een training (waterski, lopen,...) omdat ze maximum een half uurtje duren.

De trainingsduur voor elke oefening is 90 sec. (of 2 keer 45 sec indien men van kant dient te wisselen). Tussen 2 oefeningen neem je 30 sec. rust. Let erop dat je de 30 sec. rust steeds behoudt. Bij een langere rustperiode verlies je een deel van het effect van de training.

Sommige oefeningen zijn statisch, andere oefeningen bestaan uit dynamische herhalingen. Maar voor beide geldt dat je ze 90 sec moet proberen aan te houden. Is het te zwaar om een statische houding ineens 90 sec vol te houden, bouw dan op als volgt: 20 sec de houding aanhouden, enkele sec rust, opnieuw 20 sec, … Bouw vervolgens op naar 30 sec, 40 sec, … tot je de volledige 90 sec kan volhouden.


Get fit 2 ski als volwaardige training

Je kan Get fit 2 ski ook als volwaardige training opvatten. Zo spaar je er een trip naar het fitnesscentrum mee uit en ben je zeker van een verantwoorde en volwaardige training. In dit geval kan je best overschakelen naar een training met reeksen. Een oefening van 90 sec. wordt dan vervangen door 2 tot 4 reeksen van:

Het aantal reeksen en het aantal herhalingen/tijd van de oefeningen wordt opgebouwd in functie van de fysieke fitheid.

Daarnaast is het ook aangeraden om afwisseling te brengen door meerdere oefeningen in te voegen. Voeg voor elk onderdeel evenveel oefeningen in (3 à 4) en zorg ervoor dat ook de herhalingen en de reeksen steeds dezelfde zijn.