FYSIEKE ONTWIKKELING
FUNDAMENTELE BEWEGINGSVAARDIGHEDEN | SPORTSPECIFIEKE VAARDIGHEDEN
In deze fase van de motorische ontwikkeling leggen kinderen de basis voor latere sportspecifieke vaardigheden. Voordat ze starten met disciplines zoals waterskiën of wakeboarden, is het essentieel dat ze eerst beschikken over een breed scala aan fundamentele bewegingsvaardigheden. In deze fase is het niet alleen belangrijk om discipline overschrijdend te trainen, maar ook om actief andere sporten te beoefenen die bijdragen aan een veelzijdige motorische ontwikkeling.
Kinderen vertonen in deze leeftijdsgroep vaak een duidelijke voorkeur voor één lichaamszijde (links of rechts). Daarom verdient het ontwikkelen van bilateraal evenwicht extra aandacht. Dit betekent dat ze leren hun balans te bewaren door beide lichaamshelften gelijkmatig te gebruiken en aan te sturen. Die vaardigheid is cruciaal voor stabiele en gecoördineerde bewegingen op het water.
Bilaterale sporten die goed aansluiten bij waterskiën en wakeboarden zijn sporten waarbij balans, coördinatie en controle over beide lichaamshelften centraal staan - vooral in glijdende, zwevende of roterende bewegingen.
- Schaatsen
- Rolschaatsen
- Alpineskiën
- Langlaufen
- Surfen
- Skateboarden
- Snowboarden
- Trampolinespringen
KRACHT
In deze ontwikkelingsfase ligt de nadruk op het stimuleren van algemene kracht op een speelse en veelzijdige manier. Het doel is om de grote spiergroepen te versterken via natuurlijke bewegingen.
De nadruk ligt vooral op het verwerven van nieuwe bewegingen. Het trainingseffect ontstaat voornamelijk door neuromusculaire aanpassingen en verfijning van techniek en coördinatie.
Er wordt in deze fase bewust nog geen gebruik gemaakt van externe gewichten. In plaats daarvan gebruiken kinderen hun eigen lichaamsgewicht als weerstand, wat zorgt voor een veilige en effectieve manier van krachtopbouw.
- Krachtfocus
- Algemene lichaamscontrole - Trainingsvormen
- Eigen lichaamsgewicht als weerstand
UITHOUDING
Het uithoudingsvermogen ontwikkelt zich vooral spelenderwijs.
In deze fase is het cardiovasculaire systeem nog volop in ontwikkeling. Kinderen hebben een snelle hartslag en ademhaling, maar herstellen ook snel. Daarom is het belangrijk om uithouding niet te trainen zoals bij volwassenen, maar via kortdurende, gevarieerde en speelse activiteiten.
- Uithoudingsfocus
- Algemene beweegvaardigheid
- Trainingsvormen
- Spelvormen met veel beweging
--> Focus op plezier en motivatie: kinderen bewegen langer als ze het leuk vinden
- Korte intervallen
--> Afwisseling tussen inspanning en rust / geen monotone duurinspanningen
SNELHEID
Het zenuwstelsel ontwikkelt zich razendsnel in deze periode. Vooral reactievermogen, startsnelheid, wendbaarheid en bewegingsfrequentie zijn nu goed trainbaar.
LENIGHEID
Kinderen zijn van nature lenig. Maar als ze vanaf zesjarige leeftijd geen extra lenigheidsoefeningen meer doen, neemt de lenigheid af.
Hun spieren, pezen en gewrichten zijn nog elastisch en daardoor bijzonder trainbaar in deze ontwikkelingsfase. Dit maakt het een ideaal moment om bewegingsamplitude te vergroten. De nadruk ligt hierbij op dynamische en speelse oefenvormen, waarbij kinderen op een natuurlijke manier hun lenigheid ontwikkelen zonder geforceerde stretching.
Lenigheid ondersteunt niet alleen de algemene motoriek, maar speelt ook een belangrijke rol in:
- het verbeteren van balans en techniek,
- het vergemakkelijken van complexe bewegingen zoals draaien, buigen en strekken,
- het verlagen van het risico op blessures, vooral bij sporten met een asymmetrische belasting zoals wakeboarden en waterskiën.
COÖRDINATIE / EVENWICHT
In deze fase is het belangrijk om kinderen te laten bewegen in alle drie de evenwichtsvlakken:
- Voor-achterwaarts (sagittaal vlak): controle van voor- en achtervoet, vb. salto
- Zijwaarts (frontaal vlak): stabiliteit bij kantelbewegingen, vb. radslag
- Rotatie (transversaal vlak): coördinatie bij draaien en sturen, vb. pirouettes, 360°
Door kinderen te laten deelnemen aan glij-, schaats- en zweefsporten zoals snowboarden, rolschaatsen, skaten en alpineskiën, wordt hun bilateraal evenwicht versterkt en leren ze hun lichaam symmetrisch aan te sturen, een cruciale vaardigheid voor sportspecifieke bewegingen op het water.
Een trampoline is een ideaal hulpmiddel om op deze leeftijd al eerste ervaring op te doen met de diverse rotatiebewegingen, vb salto met hulp, 360° aan een hendel. Dit helpt om het lichaamsbesef tijdens zweeffases te trainen, zonder dat dit al specifieke tricks uit onze disciplines zijn. Het helpt ook om landingen te controleren.