BEGINNER
Vanaf de lagere school maken kinderen stap voor stap kennis met de basisvaardigheden en eerste technieken van het waterskiën en wakeboarden. In deze fase ligt de nadruk op plezier, veiligheid en het ontwikkelen van een goede houding op het water. Het starten aan de kabel volgt iets later: door de hoge trekkracht hebben kinderen pas rond de leeftijd van 7 à 8 jaar voldoende kracht en coördinatie om deze uitdaging aan te gaan. Zo bouwen ze geleidelijk hun vaardigheden op, met aandacht voor een gezonde en veilige ontwikkeling.
Het is hierbij belangrijk dat kinderen een brede basisvorming (zowel waterski als wakeboard) krijgen, zodat alle fundamentele bewegingspatronen en grote motorische vaardigheden maximaal ontwikkeld worden.
.
LEEFTIJD & GROEIFASE
- 6-10 jaar ♂ | 6-9 jaar ♀
- late kindertijd
FOCUSPUNTEN
- Succesbeleving, plezier en zelfvertrouwen staan voorop in deze fase. Er is nog geen druk om te presteren.
- Stem de omstandigheden af op het kind (vb.: weer, accommodatie, competentie trainer of trainer waar het kind vertrouwen in heeft).
- Besteed aandacht aan de individuele ontwikkelingsfase van elk kind en ga na of het kind fysiek, motorisch en mentaal klaar is om een eerste initiatie succesvol aan te gaan (vb.: voldoende kracht, coördinatie en vertrouwen om angst te overwinnen).
- Brede basisvorming ontwikkelen door meerdere sporten en disciplines te beoefenen.
- Van algemene motorische vaardigheden naar sportspecifieke vaardigheden.
- Trainingen moeten gevarieerd zijn, niet eenzijdig trainen.
- Train snelheid, kracht en uithouding d.m.v. spelletjes.
.
WATERGEWENNING
In deze leeftijdsfase is watergewenning veel meer dan leren zwemmen. Het draait om het opbouwen van zelfvertrouwen, oriëntatie en risicobewustzijn in en rond het water. Het kind moet in deze fase wel zwemvaardigheden ontwikkelen om de zelfredzaamheid en basisveiligheid te vergroten. Een richtlijn hierbij is dat ze 25 meter kunnen zwemmen met een drijfvest.
Daarnaast is het belangrijk dat kinderen zich comfortabel voelen in een waterski-omgeving. Ze leren zich zelfverzekerd gedragen in boten, op kades en in de buurt van oevers. Hierbij hoort ook het begrijpen van basisveiligheidsregels: hoe je veilig in en uit een boot stapt, waar je wel en niet mag lopen, en hoe je reageert in onverwachte situaties.